Helena Rasker, mezzosoprano ~ photo copyright joris jan bos fotografie
Helena Rasker, mezzosoprano ~ photo copyright joris jan bos fotografie
Concert Programs
   
 
     
 
 

Een sprookje voorbij
Geënsceneerde liederen van
Karol Szymanowski (1882-1937)
Claudia Barainsky, sopraan
Pascal Pittie, tenor
Reinild Mees, piano
mmv Serge van Veggel, regie
 
 


 
 

In de serie SPOTLIGHTS van Stichting 20ste-eeuwse Lied wordt ter gelegenheid van het 125ste geboortejaar van Karol Szymanowski een geënsceneerd programma aan deze meestercomponist gewijd. De magistrale cyclus 'Liederen van de sprookjesprinses' en liederen op teksten van James Joyce staan centraal in een aangrijpend liefdesverhaal, waarin de vrouw vlucht in een fantasiewereld en de man de wijde wereld intrekt op zoek naar vrijheid. Uitvoerenden zijn de fameuze Duitse sopraan Claudia Barainsky, die zoveel indruk maakte bij De Nederlandse Opera als Marie in Zimmermanns Die Soldaten, de jonge, talentvolle Nederlandse tenor Pascal Pittie en pianiste Reinild Mees, artistiek leider van Stichting 20ste-eeuwse Lied. De regie is van Serge van Veggel, bijgestaan door Jorine Bakker, kostuums, en Paul van Laak, lichtontwerp. De liederen worden gezongen in het Pools, Russisch en Engels. Alle liederen worden in het Engels boventiteld.

Eerder bracht Stichting 20ste-eeuwse Lied de Complete Songs for voice and piano van Szymanowski uit op vier cd's, met onder andere tenor Piotr Beczala en Iwona Sobotka, de jonge winnares van het Koningin Elisabeth Concours. Deze cd's, uitgebracht op het label Channel Classics, werden in de internationale pers bejubeld en bekroond met de Szymanowski Award en de Fryderyk Award, de meest prestigieuze muziekprijs van Polen.

 
 


 
 

PROGRAMMA

1. Lonely moon (Songs of the Fairy Princess Op.31 no.1)
2. The world is left far behind (Six Songs by Tetmajer Op.2 no.1)
3. The Song of the Wave (Songs of the Fairy Princess Op.31 no.5)
4. You are not dead (Six Songs by Tetmajer Op.2 no.2)
5. Golden slippers (Songs of the Fairy Princess Op.31 no.3)
6. Sometimes when long I drowsily dream (Six Songs by Tetmajer Op.2 no.4)
7. The nightingale (Songs of the Fairy Princess Op.31 no.2)
8. Young highlanders descend, singing
9. The Princess' wedding (Children's Rhymes Op.49 no.6)
10. A Feast (Songs of the Fairy Princess Op.31 no.6)
11. A Dance (Songs of the Fairy Princess Op.31 no.4)
12. My dove, my beautiful one (Seven Songs by James Joyce Op.54 no.4)
13. Sleep now (Seven Songs by James Joyce Op.54 no.2)
14. Starless Sky (Three Songs by Davydov Op.32 no.2)
15. Sunrise (Three Songs by Davydov Op.32 no.1)
16. Autumnal Sun (Three Songs by Davydov Op.32 no.3)
17. Strings in the earth and air (Seven Songs by James Joyce Op.54 no.5)
18. Rain has fallen all the day (Seven Songs by James Joyce Op.54 no.7)
19. My evening song (Three Poems by Kasprowicz Op.5 no.3)
20. Gentle lady, do not sing (Seven Songs by James Joyce Op.54 no.1)
21. The Pilgrim (Six Songs by Tetmajer Op.2 no.6)

Intermezzi: Twenty Mazurkas voor piano solo op.50 (selectie)

De liederen worden gezongen in het Pools, Russisch en Engels
Alle liederen worden in het Engels boventiteld

 
     
 


 
  INLEIDING

Karol Szymanovski (1882-1937) was de Poolse meester van de liedkunst. Er werd wel gezegd dat hij eigenlijk meer dichter dan musicus was. Hij schreef bijna 120 toonzettingen van gedichten. In muzikale stijl en in tekstkeuze heeft hij daarbij een ontwikkeling doorgemaakt. Hij begon met de expressie van een sterke individuele gevoeligheid. Later drukte hij een verlangen naar mooiere, oriëntaalse werelden uit. En hij eindigde met een bewondering voor een geïdealiseerd verleden dat hij terugvond in de Poolse folklore. Zijn gehele liedoeuvre wordt verbonden door een groot vermogen tot het oproepen van veelzeggende sferen en sterke poëtische beelden. Een aantal motieven keert daarbij steeds terug: eenzaamheid, verlatenheid, onvervuld verlangen, zwerflust. Meestal worden deze gekoppeld aan een verlaten sterrenhemel, duistere berglandschappen of fonkelende paleizen uit dromerige visioenen. De hoofdpersonen van de liederen krijgen bijna nooit een naam of een helder gezicht. De luisteraar vult deze als het ware zelf in. Maar als men alle liederen kort na elkaar beluistert, gebeurt er iets bijzonders. De personages van de liederen lijken met elkaar te communiceren. 'Sometimes when long I drowsily dream, I can hear a woman's wonderful voice', zingt de tenor. De sopraan op haar beurt lijkt zijn lied te horen: 'a silver song is ringing from afar'. 'Come, my beloved, where I may speak to your heart', zingt ze. 'I would follow the voice anywhere', lijkt zijn antwoord te zijn.

Dit is de basis geworden van het geënsceneerde liedrecital Een sprookje voorbij. De stemmen zijn mensen geworden. Twee mensen die hun gezamenlijke sprookje niet aan konden gaan en elkaar hebben verlaten.... De man vlucht de wijde wereld in om zijn gevoelsleven te ontlopen. Vol mannelijke daadkracht, of anders geformuleerd vol angst, haalt zijn diepere behoefte aan bescherming en intimiteit hem steeds weer onderuit. Hij vlucht in een nieuwe omgeving, waarin hij niets anders dan zijn diepste innerlijk weerspiegeld kan zien. Zijn liederen zijn bijna allemaal vroege liederen, ontstaan rond 1902, met een haast naïef idioom, dat past bij de naïeve ontsnappingspogingen van de man en de oppervlakkige beleving van zijn emoties.Ook de vrouw probeert de eenzaamheid en verlatenheid na de breuk te ontvluchten. Ze wil de pijn verdringen en gebruikt haar fantasie als afweermechanisme. Ze trekt zich terug in haar slaapkamer, projecteert haar eenzaamheid op de maan en voelt haar hart als een nachtegaal te keer gaan. Later verdwaalt ze in de fantasiewereld. Als in een manie regeert ze als prinses in haar eigen koninkrijk. En na de manie komt de depressie: het besef van de werkelijkheid valt haar nog zwaarder en de ruimte nog leger. Twee liederencycli portretteren de vrouw: de Songs of the Fairy Princess uit 1915 waarin de rijkversierde melodieën op het woord 'ah' een onwerkelijke sfeer oproepen, en de ontnuchtering en desillusie worden tastbaar door de combinatie met een latere cyclus, de Seven Songs op teksten van James Joyce (1926) uit diens dichtbundel Chamber Music.

De grootste kracht van het toongezette gedicht is dat met een weinig aan klank en tekst bij de luisteraar een beeld, een stemming, klankwereld of een poëtische gedachte wordt opgeroepen, die hij vervolgens zelf verder invult. Dat moet ook in de kern van een geënsceneerd recital zo blijven. Het geeft een half woord aan goede verstaanders. De liederen in dit recital zijn als da capo-aria's in de barokopera: de handeling wordt stilgezet en er wordt ingezoomd op de binnenwereld van de hoofdpersonen. Maar hier zijn geen recitatieven: het verbindende verhaal wordt aan de verbeelding overgelaten. En ook de wereld waarin de hoofdpersonen verblijven wordt niet letterlijk weergegeven. Eigenlijk naderen we heel dicht de scheppende kunstenaars. Szymanovski en zijn tekstdichters probeerden universele emoties uit te drukken in nieuw gecreëerde werelden. Wij laten nu vooral dat proces zien: hoe de blik van mensen bepaald wordt door hun gevoelsleven en hoe mensen hun fantasie kunnen gebruiken om een nieuwe werkelijkheid te creëren. De onderliggende emoties komen er nog meer bloot door te liggen. Emoties van de werkelijkheid, voorbij sprookjes.

Serge van Veggel, samenstelling en regie


 
     
     
 
BIOGRAFIEËN

De gerenommeerde Duitse sopraan Claudia Barainsky maakte in 1994 haar debuut als titelrolvertolkster in Aribert Reimanns Melusine aan de Sächsische Staatsoper in Dresden. Sindsdien was ze o.m. te gast in de operahuizen van Amsterdam, Avignon, Berlijn, Brussel en München, en bij de festivals van Bayreuth en Salzburg. Ze trad op met de Berliner Philharmoniker, het Philharmonia Orchestra London, het Koninklijk Concertgebouworkest en Ensemble Intercontemporain. Tot haar repertoire behoren rollen als Pamina Die Zauberflöte, Konstanze Die Entführung aus dem Serail, Blonde in Maderna's Hyperion, Martirio in Bernarda Albas Haus van Aribert Reimann, Musetta La Bohème, Woglinde en Waldvogel Der Ring des Nibelungen, Zerbinetta Ariadne auf Naxos, Marie Wozzeck, de titelrol in Bergs Lulu en diverse wereldpremières. In 2004 zong Claudia Barainsky met veel succes de rol van Marie in Zimmermanns Die Soldaten bij De Nederlandse Opera.


De jonge Nederlandse tenor Pascal Pittie was o.m. te gast bij De Nederlandse Opera, de Vlaamse opera (titelrol Albert Herring), de Nationale Reisopera, de Opéra de Lyon, de ZaterdagMatinee, en tijdens zomeroperafestivals in Schloß Weikersheim, Alden Biesen (Aap verslaat de knekelgeest) en Opera Garden Aberdeen. Hij was solist bij het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Brabants Orkest, het Gelders Orkest, Het Orkest Van Het Oosten, Holland Symfonia, Ensemble Köln en het Limburgs Symfonie Orkest. Pascal Pittie is binnenkort te zien in Daphne (De Nederlandse Opera) en Die Zauberflöte (Nationale Reisopera).


Pianiste Reinild Mees concentreerde zich na haar opleiding op het begeleiden van zangers en instrumentalisten in recitals. Zij treedt regelmatig op in de belangrijkste Europese muziekcentra aan de zijde van solisten als Olaf Bär, François Le Roux, Carlo Colombara, Claron McFadden, Tania Kross, Johannette Zomer en Marcel Reijans. Naast het begeleiden van masterclasses van o.a. Elisabeth Schwarzkopf, Grace Bumbry en Galina Vishnyevskaya speelde ze ook vaak als begeleidster bij internationale competities. Als 'vocal coach' gaf Reinild Mees les op het Conservatorium van Amsterdam, het Europese Centrum voor Opera en Vocale muziek te Gent, de Opera Studio Nederland en aan de faculteit muziek van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Voor Channel Classics maakte Reinild Mees een vijftiental cd's met liederen van Schumann, Schreker, Respighi, Elgar en Szymanowski, waarvoor zij zeer lovende recensies ontving in internationale muziekbladen als Gramophone, Fono Forum, Musica en Luister.


Na jarenlange ervaring in het management van de concertwereld legt Serge van Veggel zich sinds 2007 ook toe op het regievak. Hij debuteerde in oktober met een enscenering van Purcells The Fairy Queen bij het nieuwe gezelschap OPERA2DAY. Eerder dit jaar was hij regieassistent bij de opera Reigen bij de Opera Studio Nederland (regie Harry Kupfer). Serge van Veggel is hoofd marketing & communicatie van Concert- en congresgebouw de Doelen. Hij was eerder verbonden aan het Rotterdams Philharmonisch Orkest en medeverantwoordelijk voor de invulling en realisatie van het Rotterdam Philharmonic Gergiev Festival in 2001 en 2002.



Een sprookje voorbij is een programma van Stichting 20ste-eeuwse Lied in samenwerking met Stichting KAMermuziek Amsterdam, Concert- en Congresgebouw De Doelen en Theater Diligentia (met dank aan KPMG, FAPK, AFK, SNS Reaalfonds, Pr.Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland, Stichting ter Bevordering van Volkskracht, J.E. Jurriaanse Stichting, Erasmusstichting, St. Verzameling van Wijngaarden - Boot, St. van Leeuwen van Lignac, M.A.O.C. Gravin van Bylandt Stichting, St. Elise Mathilde Fonds, St. Aristoteles, Van den Berch van Heemstede Stichting, Fonds voor de Geld- en effectenhandel, Van der Mandele Stichting en de Poolse Ambassade).

Meer informatie www.20ste-eeuwselied.nl